Spellingsregels

Tussenletter – s – in een samenstelling

  • als een sisklank wordt gehoord, zonder dat de afzonderlijke woorden dit hebben (meningsverschil)
    • dit kan soms afhankelijk zijn van het taalgebruik (dood-s-kist)
  • als het tweede deel met een sisklank begint en tussenklank uit de samentrekking blijkt (adventsstuk, om: advents- of kerststuk)

Tussenletter – n – in een samenstelling

  • als het zelfstandig naamwoord in het eerste deel een meervoud op n of en heeft (kerkenwerk)

Maar niet als:

  • een van de delen is niet afzonderlijk herkenbaar (bolleboos)
  • combinatie dier- en plantkundige aanduiding (paardebloem)
  • bijvoeglijk naamwoord, waarin het eerste deel de betekenis versterkt (boordevol)
  • het eerste deel is:
    • zelfstandig naamwoord zonder meervoud (tarwemeel)
    • zelfstandig naamwoord, alleen meervoud s (horlogemaker)
    • zelfstandig naamwoord op een e met meervoud en en s (gedaanteverwisseling)
    • bijvoeglijk naamwoord (goedemorgen)
    • werkwoord (brekebeen)
    • een lichaamsdeel (ruggespraak)
    • enig in zijn soort (Koninginnedag)

Hoofdletters

  • het eerste woord van een zin (In de ochtend) – die niet met een teken begint (‘s Ochtends)
  • personen en zaken die als heilig worden beschouwd (God)
  • de functie van vorsten en kabinetsleden (de Minister)
  • persoonsnamen (de heer A. de Jong)
  • voorzetsel/lidwoorden zonder naam/voorletter (mevrouw De Jong)
  • aardrijkskundige namen (Zuid-Afrika) en hun samenstellingen
    talen en dialecten (Fries)
  • feestdagen (Kerstmis)
    tenzij onderdeel van een samenstelling (kerstfeest)
  • organen, instellingen, verenigingen, bedrijven (Narratio)
  • stromingen en hun aanhangers niet (christendom, joods)